|
g. 'een monsterwezen: de kop van het beest op een gedraaide nek is die van een kaalhoofdigen man met baard; een lang oor hangt langs de kop naar omlaag, terwijl de staart van het dierlijk onderstuk opsteekt naar de mond.' | 95 |
A.M. Koldeweij e.a., De koorbanken in de St.-Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1991) 95
A.M. Koldeweij e.a., De koorbanken in de St.-Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1991) 95